Op deze pagina vind je reacties van deelnemers aan een van de kamermuziekweken en foto's van de afgelopen kamermuziekweken.
Wil je contact opnemen met één van de schrijvers, dan kun je de gegevens opvragen bij het secretariaat van Kamermuziekcontact.

Van Irene de Graauw, hoorn 

Mijn eerste kamermuziekweek

Nagezwaaid door Nan vertrok ik op zondagmorgen rond half negen  van huis naar Westelbeers voor mijn eerste kamermuziekweek. Ik had via Google Maps en Google Streetview de route verkend, dus dat was geen probleem.  Bij aankomst kreeg ik meteen een badge met naam en afbeelding van mijn instrument en nadat ik al mijn  bagage (waaronder veel verschillende soorten zomeroutfits) naar mijn kamer had gesleept, werden we tegen 11 uur hartelijk welkom geheten door een van de organisatoren, René de Vos. Er waren ongeveer zestig deelnemers, verdeeld over tweemaal tien ensembles, variërend van drie tot en met negen personen. Er waren  ongeveer tien mensen die voor het eerst meededen en rond de vijftig die elkaar al (soms heel lang) kenden. Ik was ingedeeld in een blaaskwintet van Klughardt en in het  Nonet van Martinu.

René gaf uitleg over de vier sessies per dag voor de twee stukken, onderbroken voor koffie, lunch en thee. Maar dat was nog niet alles. Elke avond was er ook de mogelijkheid om nog twee maal zelf een groepje samen te stellen en muziek uit de bibliotheek te kiezen. De oudgedienden werd gevraagd om de nieuwe mensen een beetje te helpen bij het organiseren van de vrije sessies.  Dat deed Jaap Drijver zeer voortvarend en ik werd de eerste avond uitgenodigd om met hem het Hoornkwintet van Beethoven te spelen. Ik heb toen de hele dag een beetje mijn embouchure gespaard, een beetje gesmokkeld, want ik had de uitdaging aangenomen en wilde me niet laten kennen. Na een heerlijk avondeten dus naar kamer B. Niet alle hoge noten lukten, maar van de rest heb ik geprobeerd iets te maken en ik vond het erg leuk.

De vrije sessies de volgende dag vielen voor een beetje in het water. Na een half uur in een kwintet was ik helemaal óp en voelde ik mijn lipspieren zelfs protesteren als ik niet speelde. Meteen gestopt; het kwintet ging verder als kwartet  en de sessie daarna wilde Ineke wel  voor mij invallen. Gelukkig heb ik verder in de week geen last meer van mijn mond gehad, wat eigenlijk wel een wonder is, want je speelt heel wat af.  Overdag vijf uren en met een complete avond erbij zelfs zeven en een half uur. Bijna een complete werkdag! Op dinsdagavond wilde ik graag het Septet van Beethoven spelen. Jaap zocht wat strijkers en ik wat blazers. Dat septet had ik in februari op twee zaterdagen met Huismuziek in Oosterbeek ingestudeerd en gelukkig zat het er nog aardig in, los van een eigen versie van een maat op het eind van het menuet, waarop Paul naast me op de bas meteen  vriendelijk commentaar gaf.

Nu hield ik het op één vrije sessie per dag, waarbij ik die van woensdag zeker nog wil vermelden: het Quintet van Beethoven,  met allemaal mensen die het stuk goed kenden! Ik werd geïnspireerd door Conny op de hobo en ik probeerde mijn hoornpartij ook zo mooi te spelen. Dit vond ik echt een supersessie!

Verder heb ik de hele week genoten van de onderdompeling in het ritme van lekker (en ook nog veel) eten-spelen-drinken-spelen-slapen-spelen enz. Gek genoeg bleek het Quintet van Klughardt in de praktijk gemakkelijker dan ik thuis dacht, ondanks de sprongen en lange stukken achter elkaar. Het Nonet van Martinu bleek juist een ingewikkeld stuk te zijn met bijzondere akkoorden en ritmes. In de loop van de week, naarmate de partijen beter in elkaar pasten, met veel dank aan onze super enthousiaste en analytische docenten Leonard Leutscher  en Pauline Terlouw (in die volgorde) werd ik hier steeds blijer van, zo’n prachtig stuk! En de weinige noten die ik had te spelen waren allemaal belangrijk, moesten allemaal op een andere manier gespeeld worden, mochten allemaal gehoord worden! Dat was kicken. Ter afsluiting hebben we op vrijdagmiddag voor onszelf een “concertje” gegeven en het hele Nonet gespeeld. En toen, na het avondeten was het afscheid nemen. Afscheid nemen van veel fijne mensen: ik had er veel een beetje leren kennen en een paar wat beter. Tot over een jaar!

 

Van Hedda Oosterhout, viool en altviool

Kamermuziekweek 1-2010

We studeren het Nonet van Martinu, viool, altviool, cello, contrabas, fluit, hobo, klarinet, fagot en hoorn. Onze docent is Leonard Leutscher, in sommige sessies Pauline Terlouw. Steeds is een leraar aanwezig. In de eerst sessie geeft Leonard na het stemmen een inleiding.  Martinu was bevriend met Strawinsky, experimenteerde net als hij, in die zin dat hij elementen uit de stijl van Bach gebruikte, uit de Renaissance, de Romantiek, zich liet inspireren door de Jazz. Dit alles met behoud van zijn identiteit.

 We beginnen te spelen. Voorop staat dat de beat, de drive duidelijk te voelen moet zijn. Na enige minuten vraagt Leonard in welke  toonsoort we eigenlijk spelen. Aan de sleutel staan geen voortekens.  Het stuk begint duidelijk in D groot, maar wat voor een super D groot, waarin de gis genoteerd staat. Dit super grote gevoel ontstaat door het lydische karakter. Om ons dit te laten voelen, spelen we eerst unisono de lydische toonladder en daarna Vader Jacob. Boeiend. Leonard zegt ons dit super gevoel niet te overdrijven, het is bedoeld als een kleurtje. Hij wijst ons op de humor van Martinu, die blijkt uit vele snelle loopjes, eigenlijk zonder betekenis, het  pluimvee is erin ruim aanwezig,  ook bedoeld als kleurtje, speels  element.

We ploeteren verder door het eerste deel. Het stuk is duidelijk jazzy, wat we, waar dat zo geschreven is, moeten laten voelen. Vanaf maat 36 is er het gevoel dat de componist de naald in de groef laat vastlopen, een scheur in de grammofoonplaat. Dit dienen we wel even duidelijk en overtuigend te laten horen. Ook in de reprise komt  dit voor. 'Vooruit mensen', zegt Leonard, 'flink laten jengelen'. Tegen het eind komt in de fluit de kip weer voor samen met de rest van het pluimvee, waarna het stuk toch aan een eind moet komen.

We moeten ons in dat eind niet laten overvallen, doordat de eerste toonsoort stralend volgt op een fragmentje in g klein. De overgang is het weglaten van de eerste tel, dat moeten we uitbuiten, de  luisteraar moet daardoor verrast zijn, het idee krijgen: Wat nu! O, het stuk is uit. In die laatste regel lossen alle grote sprongen, alle dissonanten op, we eindigen zoals we begonnen zijn , keurig tonaal in D.

Tijdens het oefenen wijst Leonard ons erop hoe de syncopen moeten klinken. Niet tellen, maar op ademhaling of strijkstok, de beat moet doorgaan. Je moet een beetje gespleten zijn, in de beat tegen het ritme spelen. Ga er maar aan staan.

Pauline werkt meer op de details, zonder de grote lijn te verliezen.  Ze laat ons moeilijke ritmes zingen. Het klinkt als een klein koortje. Je moet het ritme zijn, alleen tellen is niet genoeg. De beide docenten vormen een geweldig paar, willen niet echt dirigeren, maar ons dwingen door goed naar elkaar te luisteren samen muziek van de noten te maken. Natuurlijk blijven ze alert en geven bij moeilijke passages middels handgebaren duidelijk leiding. Hun uitgangspunt: het verhaal is belangrijk, de drive; de noten komen wel.

We hebben hard gewerkt, zijn in de loop van de week een heel eind gekomen. Het was heerlijk.

 

                                                                 

Van Hedda Oosterhout, viool en altviool

Impressie in haiku's 
Zaterdag
René heet welkom
direct muzikaal sociaal
orkestraal begin.

Zondag
Ensembles starten
veel blazers, weinig strijkers
structureel gecoacht.

Maandag, dinsdag
De vrije sessies
stukken meest oud en vertrouwd
veel is mogelijk.

Leeftijd speelt geen rol
tachtigplussers, heel vitaal
naast wat zij noemen jeugd.

Een boomschijvenmuur
vogelhuisjes sieren de bar
muziek maakt dorstig.

Woensdag
Docentenwissel
een andere leraar biedt
ander perspectief.

Donderdag
Buiten eten op
zonovergoten terras
toetjes zeer in trek.

Vrijdag
De laatste avond
afsluiten met orkestspel
Brahms Serenade.

Zaterdag
Een laatste ontbijt
inpakken en wegwezen
tot het volgend jaar.
 


 

Van Tineke Boerstra, piano

Verslag Kamermuziekweek 1 (27 juli - 1 augustus 2009)

Een kamermuziekweek is een week waarin een bonte zwerm vogels van diverse pluimage neerstrijkt met als doel: muziek maken. Dat betekent: luisteren naar en openstaan voor elkaar, en soms geconfronteerd worden met de noodzaak uit te breken uit de vanzelfsprekendheid van je dagelijkse leven. Voor mij is dit de meerwaarde van zo'n week waarin dan ook nog eens de muziek centraal staat.

Om financiële redenen was kamermuziekweek 1 dit jaar een verkorte, 5-daagse werkweek waarin uiteindelijk 33 mensen actief waren. Dat betekende in de praktijk: overdag zo hard en efficiënt mogelijk aan het werk in "verplichte" sessies, en 's avonds via een heel gehannes de "vrije" sessies zo goed mogelijk benutten. Want de tijd was kort, de spoeling dun (33 enthousiastelingen) en het formeren van gewenste combinaties lastig.

Maar juist door het minder grote aantal deelnemers was deze week een uiterst plezierige: iedereen kwam, desgewenst, met iedereen in gesprek, er was geen wanklank te horen, de sfeer was opgewekt en ontspannen, en alles liep op rolletjes. Alles in deze week was in orde: de locatie (de "Spreeuwel"in Westelbeers) met haar vriendelijke personeel en verrukkelijke maaltijden; de perfecte organisatie (door Adelheid Schokker en René de Vos) vooraf en ter plekke (goed opletten! Eén keer uitgelegd krijgen hoe/wat/waar alles hing/lag/ geregeld was en .....help jezelf!); het enthousiasme van de uitstekende docenten. Zelfs het weer werkte mee: niet te warm en niet te koud. Moge de kamermuziekweek een lang bestaan beschoren zijn!

 

 

Van René de Vos, fluit

Een week muziek maken in de Kamermuziekweek van KMC-Huismuziek

Wie een week los wil zijn van de rest van de wereld en ondergedompeld wil worden in muziek, kan het beste deelnemen aan de Kamermuziekweken, die elke zomer worden georganiseerd in een samenwerking van KamerMuziekContact en Huismuziek. Deelnemers dienen wel een hoog spel-niveau te hebben, want er wordt veel gevraagd van je vaardigheden op je instrument, maar dat maakt de week des te interessanter. Ruim zestig deelnemers van alle leeftijden en spelend op alle instrumenten, worden ingedeeld in twee ensembles van strijkkwartet tot blaaskwintet, van gemengde kwartetten en kwintetten met piano, strijkers en blazers en van sextetten naar nonetten en dixtuors voor strijkers en blazers. Ook zangers kunnen in een kamermuziekbezetting deelnemen. In de ensembles wordt gestudeerd op een vooraf ingestudeerde compositie met de nadruk op samenspel en ensemblevorming. Deskundige docenten leiden de ensemblelessen, waarna in een volgende sessie eigen studie volgt. Zo komt elk ensemble twee keer per dag bij elkaar. Daarnaast is er gelegenheid in de vrije sessies je eigen ensemble samen te stellen en die muziek te spelen, die je altijd al graag had willen spelen, maar waarvoor je niet zo gemakkelijk de juiste instrumenten bij elkaar krijgt.

Dat laatste is in de kamermuziekweek geen probleem. Veel fluitisten zijn wel gewend sonates te spelen met een pianist, solo stukken voor hun eigen plezier, soms eens een fluitduet op les of een kwartet, als dat zo uitkomt, maar  ervaren hoe een fluitist functioneert in een blaaskwintet, fluit, hobo, klarinet, hoorn, fagot, is een heel ander verhaal. Je wordt dan geconfronteerd met een heel ander klankidioom, met instrumenten die veel meer geluid produceren dan een fluit. Als fluitist moet je dan je plaats vinden en gezamenlijk moet je tot een goed evenwicht komen. Een kwestie van geven en nemen, uitzoeken wie waar belangrijk is en hoe het stuk in elkaar zit. Dat is muziek maken.

Een heel nieuwe ervaring was het om in één van de kamermuziekweken de Chansons Madécasses van Maurice Ravel in te studeren in de bezetting voor sopraan, fluit, cello en piano. In het samenspelen met een zangeres wordt de melodische lijn bepaald door de tekst en de emoties die daaruit spreken. De cadans loopt dan niet meer samen met maat en ritme, waar wij als instrumentalisten zo aan hangen, maar toch moet ieder in de maat spelen en zingen. Als instrumentalist leer je in zo een bezetting anders te luisteren naar wat de ander en wat je zelf doet in het stuk.

Naast het kennismaken met het spelen in veel verschillende bezettingen, levert de kamermuziekweek de kans om kennis te maken met veel muziek en vooral veel hedendaagse en minder bekende muziek, zoals de compositie Lebenslauf van Philippe Hersant voor sopraan, strijkers, blazers en piano. Een stuk waar in het begin op is geploeterd, maar dat uiteindelijk prachtige muziek wordt. Voor de meer klassiek gerichte deelnemers onder ons, is er ook meer dan voldoende te beleven. Zoals de bekende Serenade van Dvorak in een bewerking voor dubbel blaaskwintet met een extra contra-fagot. En wat is het genieten om als fluitist bijvoorbeeld het fluitkwartet van Ferdinand Riess te spelen met viool, altviool en cello, of een stuk van Hendrik Andriessen voor fluit, hobo, viool, altviool en cello. Dat is heel iets anders dan alleen met fluitisten spelen.

Voor wie wil ervaren hoe het is in verschillende kamermuziek samenstellingen te spelen, veel wil leren en veel muziek wil maken, is de kamermuziekweek een aanrader.